Tags: Ascona, Italiaans, kuuroord, Vegetarische vakantie

Dirk-Jan Verdonk is historicus en auteur van Het Dierloze Gerecht -over de vegetarische geschiedenis in Nederland-. Het boek is bekroond met de studieprijs Praemium Erasmianum, een prijs voor de beste vijf proefschriften op het gebied van geestes-, maatschappij- en gedragswetenschappen. Dirk-Jan schrijft exclusief voor deVegetariër.




Eten uit de muur heet typisch Nederlands te zijn, ofschoon het kennelijk een Duitse vinding is. Hoe dat zij, een vroege vegetarische variant was aan het begin van de twintigste eeuw te vinden in het zuiden van Zwitserland, in Ascona, een klein ingedut vissersdorpje aan de rand van het Lago Maggiore waar in 1902, op een bergflank met subliem uitzicht over het meer, een vegetarisch kuuroord haar deuren opende.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis, godfather van de Nederlandse arbeidersbeweging,
deed in september 1907 verslag aan de christen-socialistische dominee Nico
Schermerhorn:

‘Monte Verità, waar ik nu ben, is een vegetarische inrichting, prachtig gelegen
en aardig ingericht. Men leeft van hetgeen men noemt Rohkost, vruchten,
compôtes, enz. Ik zag hier een aardige inrichting om het bedienen in de
eetkamer onnoodig te maken. Er zijn laden met het nummer der kamer en
is het etenstijd of wil men wat hebben, dan haalt men zelf de lade open en
daarin staat een dienbakje met alles erop wat men wenscht. Daar mede gaat
men aan tafel zitten. Gedekt is er niet, elk eet van zijn bakje: alle schoteltjes
zijn van aluminium of glas voor compôtes en vruchten. Wil men wat anders
hebben, dan is er een andere lade, waarin een gleuf, daar gooit men dan een
papiertje in met eropgeschreven wat men wenscht. Dit komt in de keuken
terecht en een oogenblik daarna, als men zijn lade opendoet vindt men erin
wat men gevraagd heeft. Heeft men gedaan, dan zet men zijn bakje er weer
in. Men neemt zijn eten óf alleen óf als men verkiest met anderen. Alles naar
individuele smaak.’

Het dieet en de vernieuwende wijze van het afleveren van de maaltijd – behalve
efficiënt ook om een als storend ervaren hiërarchische relatie tussen gast en
bediening te vermijden? – waren niet de enige bijzondere kenmerken van
Naturheilanstalt Monte Verità.

De gastenverblijven waren sober: houten hutten. ‘Zoo’n hut is ruim,’ aldus opnieuw
Domela Nieuwenhuis, ‘en voorzien van twee groote openslaande ramen, die steeds
openstaan met bovenlicht. Van gordijnen geen sprake. Den eersten nacht scheen
de maan zoo prachtig in mijn kamer alsof het dag was. Alleen een gordijntje op
manshoogte om het inkijken te beletten.’

De hutten boden met opzet weinig beschutting tegen de elementen, want die
moesten juist hun helende werk doen. Natura sanat. De kuurgasten besteedden hun
dag niet voor niets grotendeels met het nemen van lucht- en zonnebaden, of met
arbeiden in de vrije natuur. De geest ontving ’s avonds verzorging met lezingen en
muziekuitvoeringen. Als het leven er nogal Spartaans was, dan had dat minder te
maken met gebrek aan middelen dan met de ideologie die eraan ten grondslag lag.
De ‘natuurlijke levenswijze’ die er werd gepromoot, voorzag in een nieuwe mens
met beperkte behoeften.

En vermoedelijk meer dan om een terugkeer naar een premoderne tijd, ging het hier
om een poging de moderne tijd opnieuw vorm te geven, dit keer overeenkomstig
met wat men als de eisen van de natuur zag (maar die uiteraard zeer verschillend
konden worden geïnterpreteerd). Het systeem om met laatjes de gasten individueel
van eten te voorzien was daar een uiting van, maar ook het feit dat, sober als Monte
Verità mocht zijn, het wel eerder op het elektriciteitsnet was aangesloten dan Ascona
zelf. ‘Elke hut is elektrisch verlicht,’ noteerde Domela Nieuwenhuis dan ook als een
van de in het oog springende karakteristieken.

Beelden van een ideale oertoestand waren echter nooit ver weg. ‘Die Schande
hat us gekleidet, die Ehre wird uns wieder nackt machen’, was bijvoorbeeld het
motto van de boekhouder van Monte Verità, Raphael Salomonson, een voormalig
handelsconsul in Nederlands-Indië. Het verhaal van het paradijs en de zondeval
klinkt er nadrukkelijk in door. Maar ook hierin mengde zich de moderne tijd van
opkomend toerisme, massacommunicatie en commercialisering: Salomonson liet
ansichtkaarten maken waarop hij naakt de aarde bewerkend stond afgebeeld – voor
de verkoop.

Monte Verità was lang niet de enige plek waar rond 1900 experimenten met nieuwe
leefwijzen plaatsvonden. In Nederland zijn de bekendste voorbeelden Frederik van
Eedens Walden en de Kolonie van de Internationale Broederschap in Blaricum.
Ook bovengenoemde Schermerhorn was verbonden aan een vegetarische kolonie,
in Nieuwe Niedorp. Op deze plekken zou, in de woorden van Émile Chapelier
(zelf stichter van een vegetarische kolonie in het Belgische Stokkel) de praktische
organisatie van het ‘integrale communisme’ moeten worden geperfectioneerd: het
waren de eerste aanzetten tot de ‘immense open plek in het bos die de Aarde zou
worden en waar de zon voor iedereen zou schijnen.’

Domela Nieuwenhuis zag die overeenkomst, maar beoordeelde die wat
nuchterder. ’In dat opzicht gelijkt die streek veel op het Gooi,’ schreef hij zijn dochter
Johanna in 1910, ‘Net zoo’n verzameling van driekwart, half en kwart gekken. Geen
denkbeeld zoo dwaas of het vindt daar vertegenwoordigers.’

Reden om bij Monte Verità stil te staan is het onlangs verschenen boek Ascona,
bezield paradijs, van Enno van Eerden. Het boek is breder dan alleen een
geschiedenis van het vegetarische kuuroord Monte Verità. Dát hield feitelijk op te
bestaan in de jaren 1920, terwijl Van Eerden zijn verhaal doortrekt naar het heden.
Tegelijkertijd is Monte Verità in grote mate bepalend voor die gehele geschiedenis.

Van Eerden laat haar beginnen bij de stichting van het kuuroord. En de
aantrekkingskracht die het had op maatschappijhervormers, paradijsvogels en
kunstenaars hield na de omvorming van Monte Verità tot een regulier hotel nog
enige decennia stand, ook omdat zij aanleiding had gegeven tot de jaarlijkse, in
sommige kringen befaamde ‘Eranos Tagungen’ waarvan lange tijd de vermaarde
psychiater/psycholoog Carl Gustav Jung het middelpunt vormde. En die, met de
nodige ups and downs, tot op de dag van vandaag in Ascona worden gehouden.
Niettemin, de periode na de Tweede Wereldoorlog beschrijft Van Eerden vooral als
teloorgang.

Toch gaat Van Eerden nauwelijks in op de achtergronden van het vegetarisme, of
waarschijnlijker, de vegetarismen die op en rond de berg werden gepredikt, noch op
de praktijken die erop werden gestoeld en de sociale gevolgen die ervan het gevolg
waren. Veeleer ligt de focus op het leven van de mensen die naar Ascona trokken
– hetzij omdat ze zich tot de plek of zij die er woonden voelden aangetrokken, hetzij
omdat grimmige politieke omstandigheden hen dwongen uit te wijken.

Ascona werd zo met name een verzamelpunt van schrijvers en kunstenaars –
Herman Hesse, Thomas Mann, Erich Maria Remarque, Alexej von Jawlensky, Hans
Arp, Hugo Ball et cetera. Ook aan artistieke Nederlanders geen gebrek: César
Domela Nieuwenhuis – net als zijn vader vegetariër -, Otto van Rees, zoon van
Jacob van Rees die in Blaricum de Kolonie van de Internationale Broederschap had
gefinancierd, Marie Metz-Koning, Arthur van Schendel, Ria Cramer, Adriaan Roland-

Het boek levert in dat opzicht een geografische uitsnede van de who is who van de
Europese kunsten in de eerste helft van de vorige eeuw, verlevendigd door (vaak
complexe en tragische) histoires amoreuses – want die worden door Van Eerden niet
veronachtzaamd. Nadeel ervan is dat het boek soms wat overbevolkt dreigt te raken
met interessante figuren, over wie je steevast meer wilt weten dan redelijkerwijs
kan worden geboden. Bovendien worden diverse mensen meermalen in het boek
geïntroduceerd, wat waarschijnlijk is gedaan om de lezer in de mensenmenigte
niet het spoor bijster te laten raken, maar wat soms wat vreemd overkomt. Dat laat
onverlet dat Ascona, bezield paradijs een boeiend en onderhoudend relaas is over
een toevluchtsoord voor zeer uiteenlopende mensen in uiteenlopende perioden
die er werden verenigd door datgene wat onvatbaar was voor het woeden van de
twintigste eeuw: ‘het gelukzalige blauw van de hemel, het gebergte en het meer.’

Enno van Eerden, Ascona. Bezield paradijs, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, ISBN
9789059372320,€ 29,50

Bronnen:
• Brief van Domela Nieuwenhuis aan Schermerhorn, 22 september 1907,
archief Domela Nieuwenhuis, IISG
• ‘En al beschouwen alle broeders mij als den verloren broeder’. De
familiecorrespondentie van en over Ferdinand Domela Nieuwenhuis. 1846-
1932, Amsterdam 1997.
• Robert Landmann, Ascona - Monte Verità, Auf der suche nach dem Paradies,
Keulen 1973.
• Evert Peeters, De beloften van het lichaam. Een geschiedenis van de
natuurlijke levenswijze in België, 1890-1940, Amsterdam 2008.
• Dirk-Jan Verdonk, Het dierloze gerecht, een vegetarische geschiedenis van
Nederland, Amsterdam 2009.


Dirk-Jan Verdonk op vrijdag 28 oktober 2011 om 13:10




Geen reacties

Plaats een reactie
Naam (verplicht)
Email (verplicht, wordt nooit getoond)
Reactie
 
 

Inloggen

Ontvang de nieuwsbrief, lekkere recepten, online magazine en altijd het laatste nieuws.

Gebruikersnaam
Wachtwoord Wachtwoord vergeten?

Uitschrijven voor de nieuwsbrief


 

De Dikke en Dunne Vegetarier

De dikke vegetarier en de dunne vegetarier samen verkrijgbaar in de webshop

De dikke vegetariër en De dunne vegetariër.
Klik hier om naar de webshop te gaan.
 

Ook nog beschikbaar

Vegeterranean

Vegeterranean € 34,95.
Krijg nu via de Agis Vegapolis het aankoopbedrag terug.
Klik hier om naar de webshop te gaan.
 

©2013 deVegetariër.nl - Disclaimer - Uitschrijven nieuwsbrief ontwikkeld door Dream IT